❮ Terug naar Blog

Eis van 2015 en de vrijstelling vanaf april 2016: installatie-eisen voor renovatie


Enkel voor bouwaanvragen vanaf 16 april 2016 is een vrijstelling voor het installatie rendement van de verwarming mogelijk

Ketels van 10 jaar of jonger krijgen een vrijstelling bij volgende voorwaarden:
– het betreft een renovatie of functiewijziging
– de vloeroppervlakte die verwarmd wordt door de nieuwe/vernieuwde afgifte elementen bedraagt <25% van de totale vloeroppervlakte

Ketels ouder dan 10 jaar en niet ouder dan 20 jaar, kunnen een individuele afwijking aanvragen mits voldaan aan volgende twee voorwaarde:
– de werken aan de verwarmingsinstallatie zijn beperkt: beperkt betekend  <25% van de totale vloeroppervlakte verwarmd door de
nieuwe/vernieuwde afgifte elementen
– de terugverdientijd van een nieuwe ketel is voor het project groter dan 15 jaar en deze dient berekend te worden via het document ‘uitzonderingsaanvraag
ketel’ aangeleverd door het VEA.

Ketels ouder dan 20 jaar: geen vrijstelling mogelijk

Minimale eisen voor het vernieuwen van installaties in bestaande gebouwen vanaf 2015
Voor werkzaamheden aan bestaande gebouwen met stedenbouwkundige aanvraag of melding vanaf 1 januari 2015, zullen nieuwe eisen gelden voor de installaties. Die nieuwe eisen krijgen als roepnaam ‘installatie-eisen bij renovatie’. De installatie-eisen bij renovatie zullen gelden voor nieuw geplaatste, vernieuwde of vervangen installaties bij renovaties en functiewijzigingen in bestaande gebouwen. De eisen gelden niet voor installaties waaraan geen werkzaamheden worden uitgevoerd.

Er zijn eisen op vlak van:

Xenadvies-CV-ketel

1. Verwarming:

  • Ketels (gasvormige en vloeibare brandstof): de installatie heeft een minimaal rendement. Dat installatierendement wordt bepaald op basis van het ketelrendement en een aantal eigenschappen van de installatie zoals de gebruikte brandstof, de ontwerpretourtemperatuur, de isolatie van de leidingen, de regeling van de ketel en installatie …
  • Elektrische warmtepompen: de installatie heeft een minimale seizoensprestatiefactor (SPF). De minimale SPF hangt af van het soort warmtepomp. De bepaling van de SPF gebeurd volgens de bestaande methodiek van de E-peilberekening voor nieuwbouw.
  • Direct elektrische verwarming: de installatie heeft een maximaal elektrisch vermogen. Het totale afgiftevermogen bedraagt maximaal 15 W per m² bruikbare oppervlakte van het te renoveren gebouw of nieuwe gebouwdeel.

2. Sanitair warm water:

  • Elektrische boilers en doorstromers: de warmwaterproductietoestellen hebben een maximaal elektrisch vermogen. Het maximaal vermogen wordt bepaald in functie van de oppervlakte van het gebouw.
  • Circulatieleidingen (isolatieverplichting): circulatieleidingen moeten verplicht worden geïsoleerd.

3. Koeling:

  • Ijswatersystemen: de installatie heeft een minimaal installatierendement. Het minimale rendement hangt af van het soort koelmachine.  Het installatierendement van de installatie hangt af van de eigenschappen van de koelmachine, de isolatie van de leidingen en de regeling van de installatie.

4. Ventilatiesystemen:

  • Centraal ventilatiesysteem met mechanische toe- en afvoer: een nieuw geplaatst of vervangen centraal ventilatiesysteem dat voorziet in mechanische toevoer en afvoer moet voorzien zijn van een warmteterugwinapparaat. De installatie heeft een minimaal warmteterugwinrendement. Het rendement wordt berekend in functie van het testrendement van de warmteterugwinning en een aantal karakteristieken van de installatie zoals de luchtdichtheid en isolatie van de kanalen, regelingen …

5. Verlichting (enkel voor niet-residentiële gebouwen):

  • Vaste verlichtingstoestellen (aan plafond, muur en vloer): per ruimte geldt een maximaal equivalent specifiek geïnstalleerd vermogen. Dat maximaal vermogen is afhankelijk van het type ruimte. Bij het aftoetsen van de eis wordt het werkelijke geïnstalleerde specifiek vermogen gecorrigeerd in functie van aanwezigheidsdetectie, daglichtsturing en/of dimmen.

6. Verplichte energieverbruiksmeters voor grote installaties:

  • Ketels  > 70 kW: brandstofmeter ; > 400 kW: calorimeter.
  • Warmtepompen > 10 kW: meter voor het elektrisch verbruik ; > 100 kW: meter voor de hoeveelheid nuttige energie.
  • Ijswater installatie > 10 kW: meter voor het elektrisch verbruik ; > 100 kW: meter voor de hoeveelheid koelenergie.

De installatie-eisen bij renovatie worden toegevoegd aan de bestaande EPB-eisen. Ook de bestaande procedures, taken en verantwoordelijkheden van de EPB-regelgeving zijn van toepassing:

  • De aangifteplichtige (doorgaans de houder van de stedenbouwkundige vergunning) is verantwoordelijk voor het voldoen aan de eisen. Er wordt een boete opgelegd aan de aangifteplichtige als de eisen niet zijn gerespecteerd.
  • De architect zal de bouwheer tijdens het bouwproces bijstaan. Hij/zij heeft als taak het gebouw zo te ontwerpen dat het voldoet aan de EPB-eisen.
  • De verslaggever dient in opdracht van de aangifteplichtige een startverklaring en EPB-aangifte in waarin de prestaties gerapporteerd zijn.

 

Meer info op:
Er is een uitgebreide versie van deze informatieve tekst beschikbaar waarin dieper wordt ingegaan op de eisen, het toepassingsgebied en enkele vaak gestelde vragen:
http://www2.vlaanderen.be/economie/energiesparen/epb/doc/installatie_eisen.pdf

Meer achtergrondinformatie is te vinden op de volgende pagina:
http://www.energiesparen.be/epb/prof/evaluatie2013

De eisen zijn beschreven in Bijlage XII van het Energiebesluit:
http://www.energiesparen.be/epb/bijlagen

De eisen worden opgelegd via het wijzigingsbesluit van 29 november 2013:
http://www.energiesparen.be/epb/wijzigingen

Uiteraard kan u ook steeds terecht bij uw vertrouwde contactpersoon binnen xenadvies of opinfo@xenadvies.be


Gepost op 18 mei 2014