❮ Terug naar Blog

Wie Wat Wanneer - verlichting bij niet-residentiële gebouwen


Met onze reeks van ‘Wie Wat Wanneer’ duiden we kort het verschil tussen alle bouwstudies en -metingen. Om het eenvoudig te houden is het uitgangspunt steeds de EPB-verslaggeving. Nog vragen? Neem contact op met ons.

Kan mijn EPB-verslaggever bepalen waar en hoeveel verlichtingsarmaturen ik moet voorzien in mijn kantoor?

Voor niet-residentiële toepassingen, dus niet in woningen, wordt ook de verlichting meegerekend in het E-peil. Xenadvies gaat, uit ervaring met andere, gelijkaardige projecten, concrete randvoorwaarden voorstellen die invloed hebben op het E-peil bv. naar vermogens van armaturen, aantallen per type ruimte. Deze randvoorwaarden geeft u mee aan het lichtstudiebureau.

Het is het studiebureau dat de kennis heeft over hoeveel lichtinval op welke plaatsen nodig is, om de ruimte van voldoende licht te voorzien. Zij maakt hiervoor een lichtstudie van het volledige gebouw en het is op basis van die studie dat de EPB-verslaggever het E-peil in aangifte gaat berekenen.

Wat wettelijk gezien de verantwoordelijkheden en taken zijn van de EPB-verslaggever, vindt u terug op https://www.energiesparen.be/EPB-pedia/wie-doet-wat/EPB-verslaggever.

Gepubliceerd door Xenadvies – Kantoor Kempen


Gepost op 5 aug 2019